Wanneer kinderen vragen stellen, is het belangrijk om eerlijk en duidelijk naar de kinderen toe te zijn. Vermijd bij het antwoorden abstracte taal en beeldspraak. Kinderen interpreteren beelden vaak letterlijk. Een voorbeeld: Ongeveer de helft van de mensen wordt gecremeerd. Wanneer een kind dit letterlijk neemt, komt de vraag op: Wat gebeurt er dan met de andere helft? Soms is het goed om niet te antwoorden, maar door te vragen: Wat bedoel je precies?, Waarom wil je dit weten? of Wat denk je zelf; had je zelf al iets bedacht?

Vragen van kinderen zijn tot 3 kernvragen te herleiden:

Wat is dood?
Het is belangrijk om concreet uit te leggen wat de dood inhoudt. Vraag ook wat kinderen zelf denken over dood-zijn. Vermijd zinnen als: Papa slaapt voor altijd, Opa is op een verre reis gegaan en komt nooit meer terug, Mama heeft haar kindje verloren, enzovoort.

Waarom ga je dood?
Wees ook hier zo concreet mogelijk! Vergelijkingen en beelden kunnen door kinderen letterlijk worden genomen. Hierdoor kan verwarring ontstaan. Kinderen vinden bijvoorbeeld ook hun ouders al oud, dus als oud een doodsoorzaak is, kan dit verkeerde ideeën of angst geven.
Pasklare antwoorden hoeven niet altijd gegeven te worden. Ook: ‘Ik weet het niet, maar ik denk is soms goed om te zeggen.

Wat gebeurt er met je als je dood gaat?
Kinderen bedoelen met deze vraag wat er lichamelijk met je gebeurt. Ook hier concreet antwoorden. Soms willen kinderen ook weten waar je naar toe gaat als je overlijdt. In een religieuze opvoeding zal dan vaak over de hemel of het hiernamaals worden gesproken. Dit is voor kinderen vaak een plek boven de wolken, hoog in de lucht. De hemel is voor hen een fijne plek waar de overledene het goed heeft en allerlei dingen mag doen die hij graag doet.
Ook kun je goed aan kinderen terugvragen wat zij zelf denken waar je naar toe gaat als je dood bent. Dit kan verschillende antwoorden geven; de hemel, de sterren, de maan, de regenboog, enzovoort. Het is goed wanneer kinderen hun eigen beeld vormen. Vragen stellen is bij deze vraag belangrijker dan antwoorden geven.